Rijmplek

donderdag, december 13, 2007

Een mens doet soms dingen waar hij niet trots op is. Het geschiedt in een onbewaakt moment, wanneer niemand het eigenlijk verwacht. Ik ga niet teveel rond de pot draaien en maar meteen bekennen. Ik ben naar een concert van Clouseau geweest. De verzachte omstandigheid was dat het onder sociale pressie van mijn vrienden gebeurde. Het delict werd voltrokken in het vermaledijde oord van verderf, genaamd Sportpaleis.
"Waarom vermaledijd?", vraagt u zich misschien af. Wel, omdat daar jaarlijks dat andere festival van dubieuze smaak plaatsvindt, beter bekend onder de naam Night of the Proms. Has-been legendes revivalen er aan de lopende band, onder andere omdat men er kwaliteit pleegt te verwarren met kwantiteit. Maar ook omdat de sof John Miles graag de draak "Music was my First Love" komt afsteken. Als hij dat nu maar gewoon met een zwaard deed.
Versta me niet verkeerd, ik minimaliseer het muzikaal talent niet. Ik vind het enkel zonde dat het zo geabuseerd wordt. Tien jaar lang bij de Comme Chez Soi gaan eten met een invariabele menukaart, gaat ook vervelen.
Edoch genoeg pejoratieven. Ik ben dus naar Clouseau geweest op staanplaatsen van 21 Euro. Nuja, 22,5 Euro omdat er toch wat aan de strijkstok moet blijven hangen. Administratieve kosten heet dat. Het is mij alleen niet helemaal duidelijk waarom die kost forfaitair per kaart aantikt, zelfs als je er veertien bestelt die samen in één envelop opgestuurd worden. Ik vermoed dat het afhandelwicht per kaart haar computer aanzet, de gegevens invoert, en haar computer weer uitzet. Het moet iets van die orde zijn.
Onderweg naar Antwerpen begint, net wanneer het Sportpaleis op 500 meter voor onze neus opdoemt, één van de wagens in de karavaan te roken. Terwijl we midden in de file stoppen voor een inspectie, gooit een voorbijrijdende vrouw haar raampje omlaag. Dat we de boel ophouden. Mevrouw beseft blijkbaar niet hoe verkeersagressie ontstaat. Ik des te meer.
We besluiten de gok te wagen, en zoeken toch een parking op. Foeterend op de schandalige tarieven van 5 Euro, voer ik onze wagen zo'n uitmelkgarage binnen. "V.I.P.-parking" staat er op het bordje naast de vriendelijke allochtoon aan de ingang. Vermoedelijk slaat dat niet op de limousines en het bekende volk, of het gebrek daaraan, maar op de overdekking en het feit dat dat blijkbaar 9 Euro waard is. Hoe de uitbaters nachts slapen 's is me een raadsel, met dergelijke misdaad op het geweten.
Niet veel later komen we ook tot de ontdekking welke betaalbare plaatsen we toegewezen hebben gekregen. De regelmatige concertganger zal weten dat een mens niet voor een dubbeltje (lees: 21 Euro) op de eerste rij kan zitten. Het goede nieuws is daarom dat we niet ver van de zanger zitten, het slechte dat we ongeveer recht in zijn gehoorgang kijken. We laten het niet aan ons hart komen, en vanaf de eerste tonen scanderen onze rangen de liedjes flard voor flard mee.
Niet altijd ter vermaak van het andere publiek. Het is ook niet leuk als je van geen enkel nummer de originele zang meekrijgt. Eén vriend hanteert bovendien een toonhoogte die momenteel nog onderzocht wordt door de NASA. De twee jongetjes vlak voor ons, beiden nog geen tien jaar, werpen regelmatig een vernietigende blik naar achteren. Tot jolijt en stimulatie van ons gezelschap natuurlijk. De meegekomen ouders blijven strak naar voren kijken, denkelijk met onweer op het gezicht en constant hun 90 Euro in vraag stellend.
Van de gevoelige nummers staat geen toon meer overeind als ons zangkoor ze onder handen heeft genomen. Ik hoor mezelf incidenteel vrolijk meebrullen, tot mijn eigen verbazing met sporadische kennis van de tekst. Ja, ik zal maar verder opbiechten, ik ken feitelijk liedjes van Clouseau. En nu we toch bezig zijn: ja, er zitten sterke deuntjes tussen, hoewel ik niet altijd even gecharmeerd ben van de bewoordingen. Hoe serieus kan je het bijvoorbeeld menen, als je volgende lap je strot uit krijgt?

Elke morgen
Heb ik een probleem
Ik kan niet slapen
Ik voel me zo alleen

Behalve van een schrijnende banaliteit, is het geen zuivere volrijm. Ok, assonantie is ook een rijmvorm, maar was het nu zo moeilijk om een mooi rijmwoord voor "probleem" te vinden? Teneinde hier geen ijdele monoloog te voeren, zal ik terstond demonstreren:

Elke morgen
Heb ik een probleem
Ik kan niet slapen
Hoewel ik pillen neem

Ziezo, in hetzelfde metrum, een volwaardige rijm. Bovendien nog veel spannender ook, maar dat is mijn persoonlijk mening.
Clouseau, als u nog een tekstschrijver zoekt, ik ben uw man!

Labels: ,

Gebuisd

dinsdag, december 11, 2007

Onze vijftien minuten roem zijn bijna om. Nog één aflevering van Babyboom, en dan zijn we terug een statistisch element der Vlaamsche demografie. Sta me toe tot dan de zonnebril op te zetten en de horden fans handtekeningen te weigeren.
De commentaren tot nu toe variëren nogal. Niemand in de familie heeft mij openlijk durven uitlachen. Dat kan natuurlijk maar twee dingen betekenen. Welke twee, dat laat ik aan de lezer over.
In de vriendenkring leefde de schroom niet zo. Vooral de eerste beelden openbaarden een Igor en Sandy die een ongeziene houterigheid aan de dag legden. Wat verwacht je ook. Als je tijdens je eerste opnames voor de vierde keer de opwelling moet veinzen om met de hond te wandelen, is het spontane er wel een beetje af. Een beetje zoals je in je hoofd tien verschillende originele openingszinnen repeteert, om met een afknappend "kom je hier vaker?" dat mooie meisje ten dans te vragen.
Ok, een Robert de Niro draait er zijn hand niet voor om, maar net vanwege dat soort verdiensten zit hij niet in de serie. Nu, mijn eigen vrienden slagen erin de bewuste conversatie dermate droog te acteren, dat de Pampers Baby-dry erbij in het niet valt. Hilariteit verzekerd. Bedankt "vrienden"!
En dan zijn er nog de mensen die van hun mening hun broodwinning hebben gemaakt. Het nadeel daarvan is dat je er altijd één moet hebben. Een mening bedoel ik. Zo meent Christophe Vekeman in De Morgen een grappige parallel gevonden te hebben tussen onze omgang met de hond en Sterre. Ik kan er alleen maar om monkelen, niet alleen uit psychologische zelfbescherming, maar omdat ik - toegegeven, op zwaar amateuristisch niveau - weet hoe moeilijk het is wekelijks stelling te nemen. Het is trouwens altíjd dankbaar een satirisch stukje over bevallingsprogramma's te schrijven, net omdat vruchtwater, schaamlippen en tepelkloven zo'n lekkere krachttermen zijn.
Wat me echter dan weer meevalt is dat ons zware Limburgse accent en de schabouwelijke articulatie van zijn scherpe pen gespaard blijven, nochtans vaak genoeg een reden tot gratuit leedvermaak. Vermoedelijk is met de actuele overdaad aan docusoaps de lol daar ook wel een beetje vanaf. Je vindt elke dag wel ergens een Limburger, West-Vlaming of, godbetert, een Antwerpenaar op de buis die het Nederlands op gruwelijke wijze kastijdt. En ik lach ze zelf ook vaak genoeg uit.
"Waarom doe je nu eigenlijk zoiets?" is een veelgestelde vraag. Vooral door mensen die er meteen aan toevoegen dat ze zelf nooit aan zoiets zouden deelnemen. Men doelt dan op het publiek opkloppen van de zielenroerselen. Noem het ijdelheid of zo. Dat, en een heleboel waardebonnen van Molecule. In ieder geval genoeg om een rit van twee uur heen en twee uur terug te verantwoorden. Onze woonplaats en dat vermaledijde koopcentrum zijn namelijk voor België wat de Noordpool en de Zuidpool voor Steve Fosset zijn. Of beter: waren.
Zij het dan dat we in dat winkelcentrum blijkbaar vaker herkend worden dan op het thuisfront. Tijdens ons uitstapje van enkele uren, worden we bijvoorbeeld een vijftal keren aangeklampt door mensen die "ons gisteren op televies gezien hebben". Die ervaring maakt me stukken wijzer over het doelpubliek van het programma. Profiel:
- geslacht: vrouw
- gemiddelde leeftijd: 60
Maar ach, bekendheid is erg relatief. Want 200 km verder in mijn eigen dorp heeft nog niemand gerefereerd aan de publieke performance. Een sponsorship van de plaatselijke supermarkt middels kraagreclame zal er daarom wel niet inzitten, vrees ik. Maar vertel me eens, wat heeft Jean-Marie Pfaff, behalve foute blonde lokken, dat ik niet heb?

Labels: ,

Ouwe zak (nieuwe wijn?)

vrijdag, december 07, 2007

Er was een tijd dat, wanneer je in je kennissenkring verkondigde dat je een dotmatrixprinter bezat, je enkele treden op de sociale ladder steeg. Op die ladder stonden de mensen zonder elektrische huishoudtoestellen helemaal onderaan. Die kant van de ladder is in al die jaren de facto niet veranderd, maar bovenaan heeft men inmiddels flink wat sporten bijgetimmerd.
Laat ik echter even bij die goeie ouwe tijd blijven, toen een kopieermachine nog even zeldzaam was als een Belgisch regeerakkoord. Scholen zetten toen en masse stencilapparaten in voor het fabriceren van hun toetsen. Dat resulteerde in een typische typografie, die je nu alleen nog maar vindt in een bad van nostalgie.
Een stencil kent geen nuance. Het is wit of zwart, maar niet grijs. En als het toch grijs moet zijn, dan maar wit of zwart. Meer dan eens was hierdoor het gaatje van de 'e' pikzwart of plakten twee letters onherkenbaar aan elkaar. Als kind ontgaat de charme van zo'n snerttoets je uiteraard volledig en wel ten koste van de iets meer prangende vraag hoθvθθl θppθls Jθn nog in zijn hθndθn hθθft θls hij θr 2 vθn dθ 3 opθθt.
Ik heb nog persoonlijk mijn vulpeninkt over ettelijk zulk invulblad uitgesmeerd. Dat gebeurde als je met de zijkant van je hand over het vel wreef voordat de inkt droog was. Meestal per ongeluk. Het was dan zaak om met je "tintenkiller" de overvloedige inkt van het papier en van je hand weg te stippen. Stinken dat die stift deed en als direct gevolg ook je hand! Ik vermoed dat die ondingen nog steeds bestaan, ik weet alleen niet in welke geuren.
Het was ook in die tijd, dat ik mijn eerste betaalde job verwierf. Ja, ik was het bijna zelf vergeten, maar ik moet een 9 à 10 jaar geweest zijn - kinderarbeid was iets van de negertjes in Afrika. De wereld bestond in ieder geval nog uit goeden en slechten, en meisjes waren nog gewoon jongens zonder een piemel.
Op de een of andere manier was ik erachter gekomen dat ik geld kon verdienen met het rondbrengen van een lokaal weekkrantje. Dat leverde, als ik het mij goed herinner, 1 volledige Belgische Frank op per bezorgd exemplaar. Aldus crosste ik wekelijks op mijn speciaal daarvoor uitgeruste BMX de hele wijk door, waarbij de truuk eruit bestond in 1 beweging het bundeltje uit de stuurtas te grissen, de brievenbusklep open te zwieren, en het papier door de gleuf te projecteren. Dit alles zonder een voet op de grond te zetten, wat natuurlijk nooit langer dan 3 brievenbussen lukte. Ik heb er mijn BMX-vaardigheden aan overgehouden, als daar zijn: stuur ronddraaien tijdens het rijden, ter plaatse springen, achterstevoren rijden, ...
Toegegeven, dat laatste was niet echt noodzakelijk, maar het stond zo stoer. Wie hier heden graag een demonstratie van zou genieten, moet ik weliswaar teleurstellen. Niet dat ik de behendigheid verloren zou zijn - maakte hij zichzelf wijs - maar thans zou het ronddraaien van een fietsstuur geheid resulteren in een buikvliesruptuur of iets dergelijks. De vetmassa in mijn lichaam verspreidt zich namelijk veelal naar onpraktische plekken.
Nu, het krantje dat ik verspreidde, bevatte vooral lokale annonces. En, zoals wel vaker het geval met lokaal nieuws, die berichtgeving was redelijk schaars. Men volstond er daarom in drie A4-bladen samen te vouwen en in het midden vast te nieten. Dan spreken we van een goed gevulde editie, ik moet zeggen, in een kwaliteit superieur aan de gangbare stencil.
Ter bladvulling werden autochtonen regelmatig aangespoord een verhaal te doen. De relevantie van het relaas was ondergeschikt aan de mooie bladspiegel. Wat veel zegt als je weet dat de bladspiegel er meestal tamelijk beroerd bij lag.
Wekelijks deed ene Meester Johan, die zich duidelijk geïnviteerd voelde door de vele witruimtes, aldus kond van zijn zielenroerselen. Ik noem hem of haar voor het gemak maar even Meester Johan. Dat praat wat makkelijker voor de privacycommissie.
Meester Johan dus persisteerde in zijn zelfopgelegde opdracht, waarbij hij elke week een stukje proza opleverde dat zijn gelijke niet kende. Ik moet eerlijk bekennen dat ik destijds de waarde ervan zelf moeilijk kon inschatten, edoch elke woensdag, op verschijningsdatum, pakte mijn vader het tijdschrift hoofdschuddend ter hand. Ik weet nog steeds niet waarom zijn hoofd het hardste bewoog: de belerende toon waarin gratis levenslessen werden uitgedeeld, of de stijl-, grammatica- en spelfouten waarmee de onderrichting doorspekt was.
Vader had natuurlijk gelijk: je leert niet kantklossen van een metselaar. Meestal toch niet. Anderzijds zijn stropers de beste boswachters. Waarom dat hier niet helemaal lijkt op te gaan, moet ik u even schuldig blijven.
Maar op de keper beschouwd, was die beste man daar aan het bloggen avant la lettre. Ga maar eens na. Hoeveel dorre onzin heb ik op deze site al gepost? Wekelijks! Hoeveel spelfouten hebben reeds voor uw ogen een triomferende rondedans gedaan, soms discreet, soms flagrant? En laten we wel wezen, taal op het net is heden sowieso ondergeschikt aan vorm en inhoud.
Met andere woorden, op een subliminale manier is Meester Johan misschien wel gewoon de geestesvader van het aanhoudend geschrijfsel dat hier in uw gezicht spat.
Daarom, ere wie ere toekomt: Bedankt Meester Johan!

Labels: ,

Eten wat de borst schaft

maandag, december 03, 2007


Hallo allemaal,

Sterre hier. Dat duurt altijd zo lang voordat mijn papa weer iets blogt, dus ik zal het heft maar in eigen handen nemen. En omdat ik nog niet kan spreken, zal ik het maar gewoon typen.
Laat ik beginnen met de vaststelling dat het niet altijd gemakkelijk is om een baby te zijn. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat er iemand onnozel boven mij komt hangen en onmogelijke gezichten trekt, dan was ik miljonair. Nu, mijn ouders hebben mij beleefd opgevoed, dus ik lach meestal wel vriendelijk terug. Alleen raken de mensen dan meestal nog meer in extase. Een beetje zoals een kwispelende hond die je aanhaalt en die vervolgens uit blijdschap de hele vloer onderplast.
Zo ver is het gelukkig nog niet gekomen, maar je kan nooit voorzichtig genoeg zijn. Daarom begin ik af en toe ook maar gewoon te huilen. Meestal is het dan snel gedaan met die idiote grimassen.
Papa klaagt ook altijd dat ik een gelukzak ben. Vier keer per dag mag ik aan mama haar borsten komen, terwijl papa's gemiddelde veel lager ligt. Hoeveel precies, wil hij niet zeggen, maar laten we wel wezen: ik ben er ook niet gekomen doordat mama en papa hebben zitten kaartspelen.

Of het trouwens onder druk van papa is, weet ik niet, maar dit weekend hebben ze mij wat anders proberen voor te schotelen dan de gebruikelijke moedermelk. In plaats daarvan propten ze een of ander oranje goedje in mijn mond. Gatverdamme, wat een smerige smurrie was me dat zeg! Ik heb het snel terug uitgespuwd.
Denk je echter dat ze opgaven? Mijn vreselijke grimassen ten spijt, bleven ze maar aandringen. Van ellende heb ik dan maar een half lepeltje van dat spul ingeslikt. Wat een rotzooi! Pure kindermishandeling was het. Mocht ik kunnen praten, ik zou meteen naar de jongerentelefoon bellen. Baby's hebben ook rechten! Trouwens, voor ik het vergeet: er was al "Sterren op de Dansvloer" en "Sterren op het ijs". Binnenkort is het tijd voor "Sterre in Babyboom". Vanaf donderdag 6 december start Babyboom weer op VTM (sorry, Nederlanders). Men heeft me wijsgemaakt dat ik in de eerste 2 afleveringen zit, maar het kan ook later zijn.
Wie handtekeningen wilt, zal echter even moeten wachten tot ik kan schrijven.

Groetjes,

Sterre

Labels:

Niets aan de hand

woensdag, november 28, 2007

Herinnert u zich de lolo-bal nog? Ik wel. Stel u een rubberen dwergplaneet met planetoïdenring voor, waarbij u één halfrond tussen de voeten klemt (ja, zo'n kleine dwergplaneet), terwijl uw zolen op de ring rusten. Sla dat beeld even op, en animeer het met een debiel rondspringende gebruiker.
De lolobal was pakweg 20 jaar geleden de meeste efficiënte manier om de nek te breken. Heel eventjes maar, want behalve een redelijk nutteloos gadget, was het ook nog eens een rage. En we weten allemaal hoe het rages vergaat. Hoelahoep, peng-peng, jojo, skatebike, silly putty, tamagotchi, punniken, ... De kans is groot dat u voor één van deze prullen ooit uw ouders de oren van het hoofd hebt gezeurd. Totdat u de trotse bezitter werd, uw vriendenkring kortstondig in omvang verdubbelde (2 in plaats van 1), en u het kostbare kleinood al snel ergens in een hoek liet verkommeren.
In dat opzicht is het een beetje vergelijkbaar met een orgasme, met de aankoop van het gadget als de metaforische climax. Niet dat de vrouw na dat hoogtepunt in de weg ligt ofzo, maar u snapt het idee. Het is ironisch genoeg veelal leuker iets te verlangen, dan het te hebben.
De gemiddelde mens is, terwijl hij langzaam richting volwassendom dobbert, steeds minder vatbaar voor rages - de enkele uitzonderling daargelaten natuurlijk. Totdat op een gegeven moment in de directe omgeving kleine kinderen als paddestoelen uit de grond schieten. Dergelijke evolutie dompelt de volwassene dan wederom onder in de wereld waar hij al veel vroeger langzaam is uitgeklauterd. Een soort van wereld waarin Piet Piraat ("Schip ahoi-hoi-hoi") en Megamindy ("is het een vogel, is het een vliegtuig?") de scepter zwaaien.
Toegegeven, eer dat mijn dochter de liedjes van K3 meezingt, zal er nog flink wat water naar de zee vloeien, maar een mens moet enigszins voorbereid zijn. Aldus ken ik nu reeds quasi alle Bumba-personages bij naam. Even ter duiding voor de kroostloze of simpelweg onwetende lezer: Bumba is een clown in een vrolijke gele jurk, met dikke zwarte randen rond zijn ogen. Ofwel zit de grapjurk offscreen flink aan de spuit, ofwel was de requisietenbouwer van dienst te lui om de beweegbare oogballen netjes af te werken. Gelukkig zien de meeste kinderen dat verschil niet.
Zo'n pak lijkt me trouwens ook de ideale oplossing voor een ander wassend maatschappelijk probleem: de verveelde winkelbediende. U bent vast ook wel eens in een toko geholpen door personages met de levensvreugde van een kerstkalkoen. Duw die mensen in een Bumbakostuum, en die ongesteldheid zal voor de klandizie met een vrolijk smoelwerk gemaskeerd worden.
Rages dus. In babyland duikt er weer een nieuwe op. Je kan tegenwoordig met een doe-het-zelf-pakket het handje of voetje van je telf vereeuwigen in gips. Voor zover gips al eeuwig meegaat. Dergelijke kit staat hier al enige tijd op zijn toepassing te wachten.
Omdat Sterre groeit als kool, breken we op een dag toch de doos aan. "100% failure proof" staat erop. Hoe werkt het? Je boetseert met een soortement van klei een mal, en daarin druk je een stuk van je baby. Vervolgens haal je het stuk baby terug eruit, en vul je de achtergebleven leegte met gips. Een kind kan de was doen.
Ergo klei ik een platformpje waarin we Sterre haar handje duwen. Het malle materiaal is echter redelijk stijf. Wanneer ik het handje loslaat, blijft er een zielige indruk achter, nauwelijks enkele millimeters diep.
Ik duw het spul terug samen, modelleer het opnieuw en druk Sterres hand er nogmaals in. Nu wat steviger. De klei is niet onder de indruk.
Na een paar keren proberen, heb ik het handje bijna tot moes geplet en is Sterre bijna aan het wenen. Ik besluit genoegen te nemen met het resultaat. Fase 1: check.
Dan volgt fase 2, waar je het gips erin giet. Aanvankelijk heb ik het gips zo dik gemaakt, dat het een beetje vormeloos in de ... euh... vorm blijft liggen. Ik giet alles terug eruit, verdun de boel met water en onderneem nog een poging. Omdat mijn sjabloon niet volledig waterpas is, loopt de helft nu aan één kant eruit. Snel boetseer ik de rand omhoog.
Dan tik ik zachtjes tegen het geheel om de luchtbellen te bevrijden. Van de weeromstuit valt het randje eraf, en loopt wederom de helft van mijn gips weg.
Enfin, na het nodige gepruts wacht ik een 30 min totdat de hand droog is. Als ik na dat half uurtje voorzichtig het verharde gips uit de vorm verwijder, breken achter elkaar, één, twee, drie vingers af.
Dankzij de 100% onfeilbare Babyart, blijf ik achter met een gehandicapte ledemaat. Misschien leuk om daaarmee de mop over de mannen met van de houtzagerij te vertellen (5 pinten voor ons!), maar inlijsten gaat me net iets te ver.
Een beetje verbouwereerd surf ik naar de site om te achterhalen wat er nu verkeerd gegaan kan zijn. De instructievideo laat niets aan duidelijkheid over. Onze modus operandi was volledig correct.
Ik heb spijt dat ik ons eigen proces niet gefilmd heb. Dan had ik de fabrikant een alternatieve video kunnen aanbieden. In de bijsluiter zou dan staan: "Opgelet, er is ooit een Belg geweest die - zo moeilijk is het echt niet hoor - er toch in bestond de boel finaal te verprutsen". De doos zou dan van rechtswege gelabeld moeten worden met "99% failure proof".
Ik ben een mislukkeling.

Labels:

Verjaardagsfaeces

dinsdag, november 20, 2007

Het komt voor in de beste families: verjaardagsfeestjes. An sich is er met zo'n partij op zijn tijd niets mis, maar het proces dat eraan voorafgaat is immer pijnlijk. Meer specifiek: de procedure die start vanaf het moment dat de uitnodiging op de mat valt. Je kan namelijk niet met lege handen op dergelijke invitatie ingaan, en dus maak je jezelf wijs dat er een leuk, origineel en bovendien budgetvriendelijk cadeau aan te pas komt.
Leuk, zodat men het vrijwillig gebruikt, en niet bijvoorbeeld enkel uit de kast haalt wanneer jij op bezoek komt. Origineel, omdat nu eenmaal iederéén wel een mok met zijn naam heeft. En budgetvriendelijk omdat het weer tegen het einde van de maand aanloopt. Onnodig te vermelden dat deze drievuldigheid schier onverenigbaar is.
Ergo staan Sandy en ik afgelopen zondag ergens voor een deur met aan de ene kant Sterre en aan de andere kant een doos in oranje inpakpapier van de Fun. Dat past, want we zijn in Nederland. Dat oranje bedoel ik. Een Nederlander zou nog zijn politieke voorkeur omgooien, al was het maar om oranje te kunnen stemmen. Maar we zitten in Limburg, dus de kleur van ons inpakpapier is iets minder relevant, aangezien ook in Nederland Limburg geen volwaardig landsonderdeel is. Misschien dat beide Limburgen zich daar ooit nog in vinden. Inpakpapier als politiek statement. Edoch ik divageer flink benevens de kwestie.
De deur zwaait open en er krioelen een paar kinderen heen en weer. Drie om precies te zijn, waarvan één jarig. Ik reik het cadeau aan dat we toch nog met opvallend gemak in de speelgoedwinkel hebben kunnen kiezen. Bedreven scheurt het meisje, dat vier wordt, in de daaropvolgende seconde(n) het inpakpapier weg. Dat heeft ze vast al vaker gedaan vandaag. Dan bekijkt ze eerst een beetje verongelijkt iets wat door moet gaan voor een frietketel, in fel rood en geel. Het lijkt mij overbodig te stipuleren dat de plastieken friteuse niet met echte frituurolie werkt, laat staan dat je er aardappelfrieten in kan bakken.
Desalniettemin lijkt het apparaat een schot in de roos. Je kan een timer instellen die piept als de virtuele frieten klaar zijn. Tijdens het bakken hoor je dan het imaginaire vet bruisen. Ik heb het ook niet verzonnen. Ergens ben ik wel blij dat we voor een speelgoedexemplaar gegaan zijn, want al snel wordt er geëxperimenteerd met Matchboxauto's en andere oneigenlijke attributen.
Ondertussen slaat Sterre van bij Sandy op de arm alles goedkeurend gade. Niets dat doet vermoeden dat haar gemoedelijke stemming plotsklaps zal omslaan in een onbedaarlijke huilbui. Met name wanneer één van mijn tantes haar probeert over te nemen. Het duurt even voordat het gejammer terug verstomt en elke blik van mijn tante wordt steevast beantwoord met opnieuw die afkeurende pruillip. Ongeveer hetzelfde scenario herhaalt zich met mijn drie andere tantes. Sterre zet het telkens op een wenen alsof ze een driekoppig monster met schubbige tentakels voor zich heeft. Een beeld dat, laat ik maar even duidelijk zijn want ze lezen mee, niet volledig strookt met de werkelijkheid.
Als ik mijn dochter even overneem, nestelt zich een indringende poepgeur in mijn neusslijmvliezen. Ik zoek snel een verschoningskussen op, en start het luier-uit-zalf-op-luier-aan-protocol. Tijdens de eerst fase moet ik echter al verstek laten gaan. Bij wijze van duiding: vanmorgen vertelde ik nog overmoedig tegen Sandy dat mijn vlees en bloed allang niet meer zo hard gescheten had dat ik haar volledig moest verschonen. Ik had natuurlijk moeten weten dat die uitspraak als een boemerang terug in mijn gezicht zou ontploffen.
Om kort te gaan: ik sta dus te sukkelen met twee babybeentjes in één hand, een kwantumhoeveelheid natte doekjes in de andere en een bruin gevlekt verschoningskussen onder dat alles. Oh ja, daartussenin nog een huilende baby. Hulp zou welkom zijn, maar vanuit deze ruimte kan ik Sandy niet roepen.
Onderwijl ik zo op redelijk hulpeloze wijze sta te prutsen, komt de jarige vragen waarom Sterre zo veel huilt. Ok, ik zou nooit over mijn lippen krijgen: "Omdat het een kutkind is!", en al zou dat wel zo zijn, dan nog alleen maar ongemeend en in een opwelling van opgekropte frustratie. Dus leg ik omstandig uit hoe alles nog nieuw is voor de baby en dat ze nog een beetje bang is van het onbekende.
Het blijft echter toch een beetje oneerlijk hoor. Voor mij is dit ook allemaal nieuw en onbekend. Maar zie je bij mij ooit de poep onder mijn hemd vandaan komen?

Labels:

Geen bal

zondag, november 18, 2007

Al enkele maanden geleden, ruim drie om niet zo precies te zijn, had ons jaarlijkse kinderkamp plaats. Met 'ons' bedoel ik dan: alle mensen die zo gek zijn om vrijwillig 12 dagen een vakantie te nemen die er geen is. Toegegeven, het is goedkoper dan de gemiddelde Centerparcstrip, maar ook lichtelijk uitputtender. Op dergelijke kampen is het namelijk de bedoeling dat valide en -andersvalide kinderen samen 10 onvergetelijke dagen beleven waarbij nachtrust voor de begeleiding een vies woord is.
Het kamp gaat desalniettemin gedrenkt in een bijna sektarische gezelligheid die iedereen aan het eind doet beloven mekaar snel weer terug te zien. Omdat we beseffen dat zo'n belofte zelden waar wordt gemaakt, organiseren we al even jaarlijks het 'Terugkombal'. De trouwe lezer is hier wellicht al mee bekend. Blijft u echter vooral doorlezen, het promopraatje is zo voorbij.
Op het bal zijn ook andere vrijwilligerswerkingen uitgenodigd, wat meestal resulteert in een allegaartje van heen-en-weer-wiegende mongolen en rollend materieel. Ik noem nu het sydnroom van Down en rolstoelers als pars pro toto, daar menigeen er een mentale projectie bij heeft, maar in feite staan onze vakanties open voor alles met een IQ tussen 0 en 1000.
Nu, de laatste jaren neemt, om ons nog onbekende redenen, de populariteit van het bal af. Als de omzet de frieten van de vrijwilligers en de huur van de zaal dekt, spreken we van een geslaagde avond. Het pijnlijkst is dit voor de deelnemers die naar een vette fuif menen te komen en in een halflege zaal stranden. Alsof je maanden uitkijkt naar dat concert van DJ Tiësto, en het dan met herhaling op MTV moet stellen. Verondersteld dat je de muziek van Dhr Verwest naar hoge waarde schat, uiteraard. Ik ben geen alleszins geen fan, maar John Miles als voorbeeld was zo ongeloofwaardig geweest. Niet dat ik dan wel spontaan een vreugdedans lanceer bij "Music was my first love", maar ik dwaal af. Om kort te gaan: een zaal voor 500 personen doet wat troosteloos aan met de aanwezige 50 man.
Ik besluit dan maar even een praatje te slaan met die ene aanwezige mentaal andersvalide deelnemer aan ons kamp. X is een beetje een schuchtere jongen, die echter wel voor een dans te porren is. Letterlijk dan, want uit zichzelf zoekt hij de dansvloer niet op. Hij vertelt over die jongen op het internaat die de leerkracht geslagen heeft. En nu is die jongen geschorst. Er zijn blijkbaar wel vaker problemen met het kereltje, want die jongen heeft ook ooit gezegd dat de klas van X allemaal mongolen waren. Pars pro toto, monkel ik bij mezelf.
De avond kabbelt langzaam voorbij, als ik word aangeklampt door een licht ontzette vrijwilligster. Ze int al de hele avond de schaarse inkomgelden en had dus goed zicht op de aanwezigen. Nu heeft ze Y al een tijdje niet meer gesignaleerd.
Een kleine achtergrondschets van Y is hier op zijn plaats. Hij is een beetje een meubelstuk van het bal. Een vast waarde waar ik geen absoluut IQ op kan plakken, maar het elementair Nederlands waar hij zich van bedient, komt er half grommend, half mompelend uit. Ik versta het niet altijd, maar dat kan volledig aan mijn desintegrerende middenoren liggen.
Y giet ook graag een pint bier naar binnen. Of twee, drie, vier... how, stop, geen alchohol meer voor die jongen! Enfin, tegen dan heeft-ie meestal al joviaal tegen enkele vrouwenbillen gekletst.
Ik maak me niet meteen ongerust over Y's verdwijning. In het begin van de avond was hij al een half uur zoek. Terwijl ik zijn naam op de toiletten riep, kwam hij toen doodgemoedereerd het hokje uit waaien, zijn broeksriem aanspannend onder een geërgerd "Wat is't?"
Zodoende sta ik even later weer op de sanitaire voorzieningen zijn naam te scanderen. Deze keer geen antwoord. Y blijkt echt verdwenen. We besluiten het aanpalende café te checken, en ja hoor. Door het matglazen figuur op de deur ontwaren we het onmiskenbare silhouet van een tooghangende Y.
Helemaal ongelijk kan ik hem niet geven. Terwijl de fuif in 'volle gang' was, heeft hij meermaals geïnformeerd wanneer het ging beginnen. Ons teleurstellend 'jamaar, het is al bezig', moet hem moegetergd hebben.
Y's vastberadenheid indachtig, sla ik een amicale arm om hem heen en tracht ik hem rustig maar duidelijk te overreden ons te vervoegen. Mijn perfect gerichte overtuigingskracht ketst echter af op zijn kogelvrije logica. In het café is het veel gezelliger.
Dan richt ik mij naar de barkeeper, die ongetwijfeld vreemd opgekeken moet hebben bij Y's binnenkomst. Op mijn vraag, antwoordt de kerel wat Y achter de kiezen heeft: "Twee Westmalles". Mijn trieste blik houdt halt bij het onbestemde glas bier dat nu voor Y staat. Zijnde geen Westmalle.
Ik sta nu zelf voor de hartverscheurende keuze: iemand halen waarvan ik weet dat die Y kan overtuigen of me samen met Y laveloos zuipen. Vliegensvlug elimineert mijn verstand die laatste optie. Irritant verantwoordelijkheidsgevoel ook!

Labels: ,

Valid XHTML 1.0 Strict Correct CSS! Add to Technorati Favorites